CORTEX MEMORIES “Philippe Somers”
De kiem voor mijn interesse in kunst en vooral schilderkunst werd gelegd op zestienjarige leeftijd, door een leraar Nederlands die binnen zijn lessen ruimte maakte voor kunst. Op het moment dat hij het surrealisme behandelde, viel alles samen. Dat was de beslissende trigger. Vanaf dan werd creativiteit geen keuze meer, maar een noodzaak.
Geleidelijk ontstond een eigen beeldtaal en daarmee het besef dat ik een surrealist moest zijn. Het tekentalent dat ik op jonge leeftijd bezat, maakte het mogelijk om zonder rationele tussenkomst surrealistische beelden te produceren en deze met academische precisie realistisch weer te geven. Dat inzicht werd versterkt toen ik een werk van Max Ernst zag — Castor and Pollution (1923) — waarvan compositie en figuurpositie bijna identiek waren aan een schets die ik maanden eerder had gemaakt. Toeval, of het resultaat van écriture automatique die bij verschillende kunstenaars gelijkaardige beelden oproept?
Vanaf dat moment werd het intuïtief ontstaan van onzichtbare beelden, figuren en landschappen een constante in mijn werk. De schilderijen zijn realistische weergaven van hallucinaties die door de cortex worden geproduceerd: fotografische momentopnames van de werking van het brein. In die zin is de surrealistische kunstenaar niet verantwoordelijk voor het ontstaan van de beelden, maar wel voor hun technische vertaling. Het bewust creëren van schoonheid is daarbij niet essentieel.
Inhoudelijk ontstaan de werken vanuit drie invalshoeken. Werken waarin de mens verschijnt als een kwetsbaar wezen, gevangen in een onontkoombare machinerie en gecontroleerd door een alomtegenwoordige natuur. Bioconstructies: fictieve samengestelde figuren, ontsnapt uit een innerlijk landschap. En panorama’s van een fictieve wereld waarin fauna en flora versmelten tot hybride entiteiten, combinaties van eiwitten en cellulose, voorbij elke classificatie.
De beeldvorming ontstaat snel, in een onafgebroken flow van dagelijkse zwart-witschetsen — polaroids van de cortex. Deze worden vervolgens op doek vertaald in olieverf, figuratief en zo realistisch mogelijk. Het resultaat is een vlakke schilderstijl zonder zichtbare penseelstreek. Het kleurgebruik is gebaseerd op objectieve kleurharmonie en complementaire verhoudingen.
Hoewel het surrealisme ontstond in het begin van de twintigste eeuw, blijven zijn kernprincipes vandaag uiterst actueel: de verkenning van het onderbewuste, de omarming van het irrationele en het herdefiniëren van de realiteit.